Gemeentenieuws
Nieuws van de kerkenraad, pastor en gemeente
Zie kerkinformatie pagina Gemeente

Decaloog
Nu we het tweede gebod hebben behandeld zijn we nu aangekomen bij het derde gebod:
“Gij zult de naam van de Heer uw God niet ijdel gebruiken”.
Het derde gebod vraagt onze aandacht, nu de focus van andere goden en beelden verschuift naar onze omgang met de naam van God zelf. Waar het eerst ging om het niet buigen voor andere goden en daarna om het vermijden van afbeeldingen, komt God nu dichterbij: Hij heeft zich aan ons geopenbaard. De vraag die opkomt is: hoe dragen wij Zijn naam in deze wereld?
Veel mensen denken bij het derde gebod meteen aan vloeken. Inderdaad, vloeken is een nare gewoonte die vermeden moet worden, maar de vraag is of dit gebod zich daar volledig toe beperkt. Bovendien kunnen we ons afvragen of vloeken in die tijd al bestond zoals wij dat nu kennen.
Kijken we naar de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst, dan blijkt dat het gebod ook kan worden vertaald als: “Je zult de naam van God niet voor niets dragen”. Dit geeft een diepere lading aan het gebod. Het gaat om nauwkeurigheid en kwetsbaarheid. Volgens Talmoedleraren betekent dit ook: “Je zult geen valse eed afleggen”. Kortom: ga zorgvuldig om met de naam van God.
Het gebod gaat verder dan alleen het niet vloeken. Het betekent ook dat we Gods naam niet mogen gebruiken voor ijdele, valse of bedrieglijke doeleinden. God is onze bondgenoot; Zijn naam hoort niet gebruikt te worden voor oplichting, duistere praktijken of om kwalijke zaken te rechtvaardigen.
Dit gebod is bijzonder actueel in de kerk. Hoeveel kerken leggen dogma’s op aan anderen uit naam van God? Hoeveel mensen zijn voor het leven getekend omdat anderen dachten namens God te spreken? Denk aan vrouwen die zijn onderdrukt of homoparen die zijn vernederd, allemaal uit naam van God. Het is schrijnend wat mensen elkaar aandoen in Zijn naam. Het is onzinnig en pijnlijk om zo te handelen.
Door de eeuwen heen is Gods naam gebruikt om oorlogen te rechtvaardigen. Met God aan onze zijde trokken mensen ten strijde, werden miljoenen de dood ingejaagd. In Samuël 4 lezen we over een opstand waarbij vierduizend mensen sterven. De leiding vraagt zich af waarom God hen liet lijden, maar stelt niet de vraag hoe het zover heeft kunnen komen, hoe eigenbelang leidend werd. God is met ons, maar zijn wij ook werkelijk met God?
“Je zult de naam van God niet voor niets dragen”. Wij hebben de volmacht gekregen om met Hem op weg te gaan, niet om te heersen, maar om te dienen. Niet om regels op te leggen, maar om te luisteren. Niet om angst aan te wakkeren, maar om troost te bieden. God is geen instrument om onze duistere kanten te rechtvaardigen.
Wij mogen, in Gods naam, optreden in deze wereld. Niet om zelf machtiger te worden, maar om een tegengeluid te laten horen tegen harde en kille woorden. Spreek vrijuit over God, maar doe dat met wijsheid. Zoals iemand onlangs zei: “De mens heeft zoveel kennis, maar beschikt niet over wijsheid”.
Ga wijs op pad, wij dragen zijn naam niet voor niets, maar met eerbied en bescheidenheid.
Vrede en alle Goeds
Daniel