De kunst van de dialoog
Henry Purcell's Triosonate in g klein
Georg Philipp Telemanns Concerto ā 4 in G groot TWV 43:G6
Georg Friedrich Händel's kammertrio
Johann Gottlieb Janitsch' Quadro in g klein
Kamermuziek is bij uitstek de muziek van het gesprek. Waar in een orkest een dirigent de lijnen uitzet, ontstaat in een ensemble een subtiel samenspel van luisteren, antwoorden en becommentariëren. In de baroktijd - de bloeiperiode van de triosonate en het kamermuzikale samenspel - werd dit "muzikale gesprek" tot ware kunst verheven. De componisten op dit programma, afkomstig uit verschillende hoeken van Europa, tonen elk op hun eigen manier hoe verfijnd en expressief die kunst kan zijn.
Het concert opent met Henry Purcell's Triosonate in g klein voor strijkers, een werk waarin Engelse melancholie en Italiaanse levendigheid hand in hand gaan. Purcell, vaak beschouwd als de grootste Engelse componist vķķr Händel, wist als geen ander hoe hij contrapuntische strengheid kon combineren met een haast vocale expressiviteit. Zijn triosonates zijn intiem en weemoedig, maar nooit zwaar - ze ademen een elegante beheersing waarin elke stem een eigen persoonlijkheid heeft.
Daarna volgt een sonate van Georg Philipp Telemanns concerto ā 4 in G groot. Telemann heeft veel concerten geschreven, waarbij hij gebruikmaakte van de bezetting die op dat moment voor handen was. Hier is de bezetting altblokfluit, viool, hobo, cello en continuo. Telemann was een kosmopoliet die stijlen uit Frankrijk, Italië en Polen moeiteloos vermengde, en juist in zijn kamermuziek laat hij horen hoe dialoog en samenspel de grenzen van nationaliteit en conventie kunnen overstijgen.
Met Georg Friedrich Händel's kammertrio, wederom een werk voor strijkers, betreden we een wereld van grootse gebaren in klein formaat. Händel, die als geen ander het theater in zijn bloed had, schrijft kamermuziek die zingt, spreekt en overtuigt. Zijn triosonates zijn retorisch van aard - elke frase lijkt een zin in een gesprek vol spanning en verzoening. De stemmen dansen om elkaar heen, botsen soms licht, maar vinden altijd weer harmonie.
Tot slot klinkt Johann Gottlieb Janitsch' Quadro in g klein voor viool, hobo, altviool, cello en bc, een werk van een componist uit de Berlijnse Empfindsamkeit, de gevoelsrijke stijl die de late barok verbindt met de vroegklassiek. Janitsch was een meester in kleur en balans, en zijn kwartetten ademen een haast moderne gevoeligheid. Hier wordt de dialoog tussen de stemmen nog intenser - soms ingetogen, soms gepassioneerd - alsof de muziek zelf nadenkt, luistert en antwoordt.
"De kunst van de dialoog" laat horen dat kamermuziek meer is dan samenspelen: het is samendenken, samenvoelen, en samen zoeken naar betekenis. Vier componisten, vier stemmen uit verschillende tijden en plaatsen, die in hun muziek nog altijd met elkaar - en met ons - in gesprek zijn.